Thema kern 9: Hoe kan dat?
In het ankerverhaal ‘De limonadefontein’ merken Lies en Eus dat het licht van de buitenschoolse opvang niet werkt en even later komt er geen water meer uit de kraan. Hoe kan dat? In deze kern leren de kinderen allerlei zaken over techniek, doen ze zelf proefjes en schrijven daarover ook een verslagje. Ze leren woorden als: het apparaat, de buis, de elektriciteit, de vonk, de storing, de magneet en het gereedschap.

 

Woordtypen in kern 9: lezen en spellen
De nieuwe woordtypen die de kinderen leren lezen in kern 9 zijn:

  • samengestelde woorden van twee lettergrepen met letterclusters, zoals: hijskraan
  • woorden van één lettergreep met een cluster van drie medeklinkers vooraan of achteraan, zoals: strik en markt;
  •  woorden van één lettergreep die eindigen op -aai, -ooi of -oei, zoals: haai, kooi en roei;
  • woorden van twee lettergrepen die eindigen op -e, zoals: korte;
  •  woorden van twee lettergrepen die eindigen op -en, -er of -el, zoals: bloemen, tijger en mantel;
  • woorden van twee lettergrepen met in het midden twee dezelfde medeklinkers, zoals: takken;
  • woorden van twee lettergrepen met het voorvoegsel be-, ge- of ver-: betaal, gezien en vertel.

De leerlingen die werken met zon-materialen leren de volgende woordtypen lezen:

  • woorden van twee lettergrepen die eindigen op -end, zoals: spannend;
  • woorden van twee lettergrepen die beginnen met me- of te-, waarbij de klemtoon ligt op de tweede lettergreep, zoals: mevrouw, terug;
  • woorden van één of twee lettergrepen die beginnen met th- of wr-, zoals: thee en wrijven;
  • woorden met de letter ‘i’ die wordt uitgesproken als /ie/, zoals: piloot;
  • woorden van drie lettergrepen die eindigen op -etje, zoals: bloemetje

Spelling
We herhalen de woordtypen die in de vorige kern werden geoefend met spelling, zodat ze aan het eind van de kern worden beheerst:

  • woorden van één lettergreep die beginnen met of eindigen op twee medeklinkers, zoals: stal en wesp;
  •  eenvoudige samenstellingen van twee lettergrepen, zoals: zakmes en voetbal;
  • woorden van één lettergreep die beginnen met sch- ,zoals: schaap;
  • woorden van één lettergreep die eindigen op -ng, zoals: bang;
  • woorden van één lettergreep die eindigen op -nk, zoals: bank.

Verder oefenen we met het spellen van de woordtypen die de kinderen leren lezen, waaronder ook woorden van één lettergreep die eindigen op twee medeklinkers met een tussenklank (kleefletter), zoals: half, wilg, melk, helm, tulp, slurf, berg, vork, warm, harp en hoorn. De kinderen leren dat die letters aan elkaar ‘kleven’ en dat ze er geen letter tussen moeten schrijven. Het is dus ‘melk’ (en niet ‘melluk’).

Begrijpend lezen
Sinds kern 7 besteden we met regelmaat aandacht aan begrijpend lezen. De kinderen lezen korte tekstjes en leren na te denken over de inhoud, onder andere door zichzelf vragen te stellen en ook stil te staan bij de betekenis van de verwijswoorden (hij, zij, zijn, haar, hem, enzovoorts).